Verslag congres Week van de Werkstress – 13 november

Wat werkt wel en wat werkt niet bij duurzame inzetbaarheid? Die vraag stond centraal bij het congres van de Week van de Werkstress dat maandag 13 november werd gehouden in de Haagse Fokker Terminal.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) organiseerde het congres dat werd geopend door Esther de Kleuver, Directeur gezond en veilig werken bij het ministerie SZW. Hoewel meer dan driekwart van de werkgevers al werkstressbeleid hebben, stijgt het ziekteverzuim door werkstress nog altijd hield zij de ruim 200 aanwezigen voor.

Een van de mensen die uit eigen ervaring weet hoe ziek je kunt worden van werkstress is Arko van Brakel. Hij is ambassadeur van het eerste uur van de Week van Werkstress. Hij vertelde over zijn eigen burnout. “Ik ging maar door, puur op adrenaline, toen ik ineens tijdens m’n werk plat tegen de vlakte ging.”

Pas een jaar later kon Van Brakel weer aan de slag. Hij schetste haarscherp hoe burnouts kunnen ontstaan. “Als je niet je eigen leven leidt, als je voortdurend doet wat anderen je opleggen, dan ben je vatbaar voor een burnout. Ook perfectionisme en jezelf voortdurend wegcijferen dragen bij aan het ontstaan van burnouts.” Van Brakel had ook tips. “Geef mensen autonomie en verantwoordelijkheid. Waarom moet iemand toestemming vragen om een printertoner te bestellen? Laat mensen zelfstandig keuzes maken, dat zorgt voor vitaliteit.”
171124_Suus-Gifje-WVDW

Behalve een plenair deel waren er ook workshops en kennissessies. Praktijkvoorbeelden en wetenschappelijke inzichten over werkstress werden aan elkaar gekoppeld.  Kun je werkstress bijvoorbeeld meten in een lichaam? Wat betekent die voortdurende bereikbaarheid voor werknemers? Levert dat stress op?  Hoe pak je bij lager opgeleide werknemers de stress om weer in de boeken te duiken aan?  Hoe kun je er als bedrijf voor zorgen dat werknemers meegaan in een aanpak rond fysieke arbeid. En hoe krijg je nou een gesprek op gang over ongewenste omgangsvormen in een bedrijf of organisatie?

Na de kennissessies die in kleinere groepen plaatsvonden interviewde dagvoorzitter Marijke Roskam drie ondernemers over hun aanpak van werkstress in het bedrijf. Dat leverde uiterst verrassende inzichten op. Neem ict-dienstverlener Macaw. Meer dan 70 procent van hun werknemers is gedetacheerd bij een klant. Kun je dan ook een lunchwandeling maken? Zeker, zegt Ronald van Es van Macaw. “Maar wij nemen dit al mee in het offertetraject. Het kost de klant niets en hij krijgt juist scherpere medewerkers.”

Ook de boodschap van Jolanda Janssen van installatiebedrijf Klenet gaf stof tot nadenken. Zij worstelde met een oudere werknemer die essentiële kennis om zijn werk te doen ontbeerde. “Soms moet je mensen over de streep trekken en daarbij niet bang zijn om impopulaire besluiten te nemen. Die man is naar het ROC gegaan en hij werkt nog steeds naar volle tevredenheid van iedereen bij Klenet.”

Benno Schildkamp van Food Connect ziet vooral de matige manager als bron van veel werkstress. “Als je geen humor hebt, geen zelfspot en geen empathie hebt, ga dan geen leidinggeven.” Hij ziet zichzelf als voetbalcoach die de beslissingen vooral laat nemen door z’n mensen en die mensen hoofdzakelijk kiest vanwege hun karakter.

“Soms komt iemand gewoon beter tot z’n recht op een andere plek. Je moet op zoek naar het werk dat zo veel mogelijk past bij een persoon. Als iemand werkplezier heeft, is er zelden werkstress.”

Het congres werd afgesloten door Gert-Jan Buitendijk, directeur-generaal van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “Werkstress moet je in de smiezen houden.“

Kun je werkstress meten in een lichaam?

Een burnout komt voor veel mensen als een donderslag bij heldere hemel. Toch zijn er altijd signalen aan vooraf gegaan. Veelal heeft het lichaam namelijk al lang gewaarschuwd. Langdurig hoofdpijn, slecht slapen of juist een enorme behoefte aan calorierijk voedsel. Het zijn zomaar drie tekenen die kunnen wijzen dat je op de rand van een burnout zit.

Achteraf herkent iedereen de verschijnselen, maar zou zou het niet beter zijn als je deze signalen vooraf zou herkennen? Bij TNO denken ze van wel. Onderzoeker Koen Hogenelst is neurowetenschapper. Hij wil weten welke signalen het lichaam afgeeft voorafgaand aan een burnout. Want als je die weet, kun je misschien de maandenlange uitval voorkomen, zo hield hij zijn gehoor voor tijdens het congres Week van de Werkstress.

Dergelijke objectieve biomedische gegevens zijn in zijn ogen betrouwbaarder dan vragenlijsten waar toch vaak een sociaal-wenselijk antwoord wordt gegeven. Daarom gebruikt Hogenelst allerlei data: hartslag, bloeddruk, cholesterol, maar ook hoeveel cortisol er in iemands haren ziet.

En zelfs gezichtsexpressie kan een beeld geven van iemands stressniveau. Al die gegevens samen geven een beeld van het stressniveau. Een beetje stress is niet erg, maar als iemand langdurig wordt blootgesteld wordt aan werkstress zie je dat onherroepelijk terug in het fysiek van een mens.

Alleen beseft de persoon in kwestie dat vaak niet. “Veel mensen gaan maar door. Ze kennen hun lichaam niet.” Biodata kan in zo’n geval helpen, meent Hogenelst. Die data is vanzelfsprekend alleen voor de werknemer bestemd. De privacywetgeving staat niet toe dat werkgevers deze data inzien. “En dat is maar goed ook.”

TNO heeft al een digitaal instrument ontwikkeld dat stress in een vroeg stadium kan opsporen: de Stresscoach. “De eerste tekenen van stress en professionele werkdruk kunnen worden gemeten aan de hand van fysieke, hormonale en psychologische signalen. Een fysieke indicator voor stress is de hartslagvariabiliteit, een psychologische indicator is stemming. In de Stresscoach worden deze indicatoren gebruikt om een persoonlijke stressscore te berekenen.”

Met die gegevens kan de werknemer zelf aan de slag. Bijvoorbeeld door vaker een lunchwandeling te maken als de app op je telefoon aangeeft dat je stressniveau te hoog is.  Of juist in gesprek te gaan over de werkdruk voordat deze overgaat in werkstress. Of dat de persoon beter op z’n voeding gaat letten of meer gaat sporten.

Hogenelst is ervan overtuigd dat dergelijk biotechnologie de komende jaren alleen maar meer z’n intrede gaat doen. Via de telefoon, maar ook via speciale horloges die precies aangeven hoe je stressniveau is.

Actieteam Goed en Gezond Werken  

Van november 2017 tot september 2018 kan een organisatie gratis ondersteund worden door een actieteam om werk te maken vanwerkstress en ongewenste gedrag! Daarom is Schouten & Nelissen op zoek naar twintig organisaties die willen samenwerken met dit actieteam. Primair is de ondersteuning gericht op de sectoren zorg, onderwijs, industrie, openbaar bestuur, vervoer en detailhandel, maar ook andere geïnteresseerden kunnen zich aanmelden.

De landelijke cijfers over verzuim en burn-out laten zien dat er nog veel ruimte voor verbetering is op de Nederlandse werkvloer. Ruim 14 procent van werkend Nederland heeft burn-out klachten en bij ruim een op de drie personen is pesten de oorzaak van die burn-out klachten. In Nederland heeft daarnaast 1 op de 6 werknemers last van ongewenste omgangsvormen pesten, discriminatie en seksuele intimidatie – op het werk.

Het verzuim kost jaarlijks 2,7 miljard euro en hoewel er al jaren wordt geprobeerd dit verzuim terug te dringen, lukt dat niet. De werkstress blijft ongekend hoog. Daarom slaan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Schouten & Nelissen de handen ineen om werkstress en ongewenst gedrag op de werkvloer aan te pakken.

Het actieteam brengt samen met de organisatie die zich aanmeldt de benodigde ondersteuning en begeleiding in kaart aan de hand van een diagnose. Deze wordt gesteld aan de hand van een analyse van huidig beleid, ontwikkeling in verzuimcijfers en werkbeleving. Vanuit de diagnose ontstaat een beeld over de huidige situatie, waarbij in samenspraak met de organisatie de best passende aanpak wordt gekozen om werkstress en/of ongewenst gedrag te verminderen.

Het actieteam Goed en Gezond Werken gaat een twintigtal bedrijven die PSA willen aanpakken maar niet goed weten op welke wijze zij dit het beste kunnen doen, begeleiden bij het bepalen van interventies om gedrag en cultuur te veranderen en ongewenste omgangsvormen te voorkomen. De voortgang wordt gemonitord en breed verspreid, zodat andere organisaties gebruik kunnen maken van de opgedane kennis. Op deze manier ontstaan er goede praktijken waaruit duidelijk wordt wat er nou wel en wat er niet werkt bij het terugdringen van PSA.

Het actieteam loopt tussen november 2017 en september 2018. De ondersteuning heeft een doorlooptijd van vier tot zes maanden waarbij rekening dient te worden gehouden met vier Actieteambijeenkomsten. De organisatie moet daarnaast vanzelfsprekend bereid zijn de bevindingen te delen.

Bij interesse kunt u contact leggen via goedengezondwerken@sn.nl of via 0418- 68 8578.

 

 

24-11-2017
Delen: