Het verhaal van Jessy

Over de situatie
In augustus 2015 begon Jessy bij CNV jongeren, een jongerenvakbond die zich inzet voor jongeren op de arbeidsmarkt. Als secretaris-penningmeester was hij samen met de voorzitter verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de vereniging en werkorganisatie. Jessy hield zich hoofdzakelijk bezig met mensen aansturen, projecten begeleiden, de financiën en juridische werkzaamheden. Hij was net 25 toen hij een burn-out kreeg.

Jessy merkte al snel dat hij het werk pittig vond. 'Na 3 maanden had ik al het gevoel dat ik aan iets begonnen ben dat twee treetjes te hoog is. Één treetje is niet erg, maar ik was nu de hele tijd aan het sprinten.' Jessy had niet alleen veel werk, maar ook moeite met zijn positie als eindverantwoordelijke. 'Af en toe had ik vraagstukken voor mijn neus waar ik niet uitkwam.' Naar zijn mening had hij meer autonomie dan goed voor hem was. 'Ik dacht bij mezelf: Alles moet goed en ik moet alles kunnen.' De stress die daaruit voortkwam miste zijn uitwerking niet. 'Ik zat letterlijk en figuurlijk in een kramp, het ging niet meer ontspannen.’ Samen met zijn vriendin en vader besloot Jessy tot de kerst te wachten.

Over de aanpak
'Toen ik na de kerst weer aan de slag ging, was ik na een week weer zo moe en gestresst. Voor mijzelf was het duidelijk dat ik moest stoppen.' Dat heeft Jessy meteen aangegeven bij zijn directe collega. 'Toch ben ik gebleven tot begin april, omdat ik hoopte dat er dan een vervanger was gevonden. Ik was opgelucht dat ik het had gezegd, maar de verwachtingen die ik van mezelf had waren gebleven. Ik was zo overprikkeld dat ik niet meer tot rust kon komen.' Het logische gevolg daarvan was dat Jessy begin maart niet meer verder kon. 'Ik ben nog 5 à 6 weken in die functie gebleven. Tot ik op een dag besefte dat het niet langer kon.'

'Ik heb mijn directe collega gebeld, die was heel betrokken. De volgende dag ben ik naar de huisarts gegaan, die had meteen door wat er aan de hand was. Hij verwees mij naar de Arboarts. Maandag ging ik weer naar kantoor en dinsdag zat ik er volledig doorheen. Ik had de Arboarts toen nog niet gesproken maar de conclusie was duidelijk. Dit is iets dat veel dieper zit. De Arboarts heeft de diagnose burn-out gesteld.'

Wat heeft het opgeleverd?
Nadat hij een paar weken thuiszat is Jessy vrij snel weer halve dagen gaan werken in een ondersteunende rol. 'De nieuwe directeur ging in gesprek met mij. Ik dacht: Volgens mij is het beter als ik wegga, want ik heb het helemaal verpest.' 'Maar hij zei: Ik denk daar iets anders over, ga eerst maar een paar weken werken.' Na een paar weken had Jessy er eigenlijk best wel weer lol in. 'Ik ben teruggekomen op wat ik eerder had gezegd en begin mei zijn we een nieuwe functie gaan bespreken. Ik heb een stapje teruggedaan en ben projectleider geworden.'

Jessy is heel blij om weer werkzaam te zijn bij dezelfde organisatie. 'Dat ik toch ben gebleven geeft voldoening. Het geeft zelfvertrouwen en ik heb er veel van geleerd. Tegelijkertijd wens ik niemand een burn-out toe, je kunt namelijk ook over je eigen grenzen leren zonder het zo ver te laten komen. Daarnaast ben ik mijn collega’s ontzettend dankbaar. Ik ging van leidinggevend naar lid van het team en dat moeten ze wel accepteren. Dat kan alleen als de cultuur dat toestaat. Ik ben blij dat ik ben gebleven, dat voelt als een overwinning op mijzelf.'

16-11-2016
Delen: